Het feest in bloed
Hellraiser, The Shining, Martyrs, Quarantine, L'Interieur...Wie sommige of al die films heeft gekeken, weet waarover ik zal schrijven. Over horror films. Ik hou werkelijk van horror, en niet alleen in film, maar ook in de literatuur. Dit genre is al jaren mijn liefste. Velen vinden dat de kern van het genoegen van dat genre ligt in die ongevaarlijke angst die je hebt wanneer je die soort films kijkt, maar ik was nooit ervan bang, en ik heb altijd van horror genieten. Zo, wat vind ik daar dan? Ik weet dat horror, als al de andere genres, zijn gebrekken heeft. Het lijdt aan de cliches, misschien het meest van al de genres. Wie kent niet die talrijke, belachelijke psycho-moordenaars die hun slachtoffers jagen zonder nooit te rennen (meer wandelen, als in een park tijdens het voorjaar), maar op de een of andere manier hun hulpeloze slachtoffers altijd grijpen. Of die, bijna altijd blonde, pathetische meisjes die in bijna alle gevallen in de eerste vijftien minuten sterven. Meeste horror films zijn vervuld met die soort cliches. Maar ik hou van hen, ondanks al die gebrekken. Misschien is het een manier om sommige agressieve verlangens op een aanvaardbaar manier te voldoen. Echter vind ik dat er geen reden is om dat als iets serieus te vinden.
Zo, als ik heb gezegd, hebben meeste horror films een werkelijke rijkdom van fouten, die velen niet kunnen accepteren, maar na tiental van die films komt een die helemaal verschillend is, die werkelijk iets nieuw heeft aan te bieden (zoveel het mogelijk is, natuurlijk). En die films kan ik zes, zeven, acht keer kijken, en vinden hetzelfde genoegen elke keer. Maar, ik geniet van horror in het algemeen, en ik ben eigenlijk bereid om veel gebrekken te vergeven, zonder moeite.